Leerdam

Leerdam is in 1672 een graafschap in particulier bezit van Prins Willem III van Oranje. Willem III adviseert de Franse commandant te vragen of het graafschap neutraal kan blijven. Op 25 juni 1672 maakt de Magistraat van Leerdam bekend dat de Franse troepen het graafschap Leerdam niet zullen leegplunderen. In de akte van neutraliteit staat dat noch de Prins, noch de Koning van Frankrijk troepen zal legeren in de stad en de bijbehorende landen. Leerdam  moet daarvoor wel een afkoopsom betalen. Dat leidt tot zware lasten voor de bevolking. Als we de stadsrekeningen van Leerdam uit die periode erop naslaan, zien we dat het Franse garnizoen niet zachtzinnig is omgesprongen met de gebouwen die het gebruikte. Diverse partijen brengen naderhand kosten in rekening bij de stad om weer op te kunnen bouwen.

Hagestein

Het lager gelegen deel van Hagestein, de Biezenpolder, wordt als onderdeel van de waterlinie onder water gezet. Het leger van de Nederlandse Republiek stelt de Biezenmolen buiten werking, zo kon deze niet meer worden gebruikt om het water af te voeren naar de Zederik. Als de stad Utrecht zich overgeeft aan de Fransen, geeft Lodewijk XIV een beschermbrief voor de gehele provincie Utrecht. De beloften van de Fransen blijken weinig waard. Al in september 1672 wordt Hagestein door Franse soldaten geplunderd.

Veel bewoners van Hagestein vluchten voor het water, het geweld en de armoede. Doordat een deel van Hagestein zo lang onder water heeft gestaan, is het lange tijd niet meer geschikt voor de landbouw, met rampzalige gevolgen voor de gezinnen die hiervan afhankelijk waren. Van verzetsdaden door de bevolking blijkt niets. Overleven is het enige dat telt. 

Ameide

De Hollandse Waterlinie zorgt ervoor dat het Franse leger alleen nog via de dijken op kan trekken naar het westen. Op die plekken worden forten en schansen opgericht om de vijand een halt toe te roepen. Eén zo’n schans ligt bij Sluis, een buurtschap bij Ameide, op de plek waar de Zederik de Lek instroomt. De verdediging bij Sluis is zwak. De barrière van gevlochten wilgenhout is niet voldoende en het moreel van de Hollandse troepen is slecht.

In november trekken de Fransen over de Lekdijk van Vianen richting Ameide. Er wordt geplunderd, een aantal mensen wordt vermoord en tientallen huizen worden verbrand. Terreur die de Fransen vaker toepasten om zo de Republiek tot vrede te dwingen. Een groot succes was de tocht niet voor de Fransen. Bij Sluis lagen enkele Nederlandse ‘uitleggers’ – kanonneerboten - in de Lek. Deze kwamen in actie en doodden en verwondden vele vijandelijke militairen door met schroot te schieten.

Vianen

Vroeg in het jaar 1672 is de spanning van een naderende oorlog met de Fransen ook in Vianen voelbaar. Alles wordt in het werk gesteld  brandstichtingen en plunderingen te voorkomen. De Waterlinie zorgt er voor dat de Fransen niet de provincie Holland bereiken, maar Vianen komt vlak achter het front te liggen, in gebied dat door de Fransen gecontroleerd wordt.

Bestuurders weten te voorkomen dat de stad wordt geplunderd. Als tegenprestatie worden maandelijkse betalingen geëist. De stad wordt niet geplunderd of in brand gestoken, maar er is twee jaar lang nauwelijks landbouw mogelijk, en de betalingsverplichtingen drukken zwaar op de schouders van de inwoners. De ellende is nog niet voorbij als de Fransen zijn vertrokken. Ook de staatskas van de Nederlandse Republiek is leeg. Daarom eist nu de Republiek geld van Vianen. Onder dreiging van geweld wordt de stad gedwongen aan de betalingsverplichtingen te voldoen.